Home » Nieuws » Ervaringen met verschillende bijnieroperaties onderzocht

Ervaringen met verschillende bijnieroperaties onderzocht

Allon van Uitert verdedigde op 30 januari 2026 met succes zijn proefschrift over minimaal invasieve bijnierchirurgie (kijkoperatie), waarbij het doel van zijn proefschrift was om de operatieve uitkomsten voor patiënten en hun kwaliteit van leven te verbeteren.

In het proefschrift is gekeken naar verschillende onderdelen van de minimaal invasieve bijnierverwijdering. Allereerst is beschreven dat een kijkoperatie via de rug gunstige resultaten laat zien ten opzichte van de kijkoperatie via de buik, mits daarvoor de patiënten met de juiste kenmerken zijn geselecteerd (zoals niet-kwaadaardige tumoren). Voor patiënten met een kwaadaardige bijniertumor kan gekozen worden voor een kijkoperatie via de buik of een open operatie. Het blijkt dat de operatieduur en de opnameduur in het ziekenhuis korter zijn na de kijkoperatie via de rug. Dit heeft positieve effecten op het herstel van de patiënt. De kijkoperatie via de rug wordt inmiddels in enkele andere ziekenhuizen in Nederland toegepast, na de juiste scholing.

Het onderzoek heeft ook vastgesteld dat aan dit type operatie via de rug een gedegen scholing en training vooraf moet gaan, waarbij er geleerd moet worden van experts. Deze scholing zou bij voorkeur op Europees niveau vormgegeven moeten worden, gestructureerd en modulair opgebouwd, bedoeld voor de operateur én voor de andere leden van het operatieteam.

Figuur 2: voorbeeld van toepassing van keuze-hulpmiddel

Om te bepalen welke operatieaanpak voor welk type patiënt het meest geschikt is, is een rekenhulp ontwikkeld. Hierover ging een blog in 2021. Deze rekenhulp helpt de chirurg samen met de patiënt een weloverwogen beslissing te nemen voor een kijkoperatie via de buik of via de rug. Deze rekenhulp is ontwikkeld op basis van het onderzoek waarbij is gekeken naar patiënten die behandeld werden in het Radboudumc. Het gebruik van deze rekenhulp was succesvol: het helpt bij het nemen van het beste besluit voor de patiënt. Maar de rekenhulp moet nog wel getoetst worden in andere centra met waarschijnlijk een andere patiëntenpopulatie. De rekenhulp neemt in de overwegingen mee: het geslacht van de patiënt, of er sprake is van een feochromocytoom, de hoeveelheid vet rond de nieren en de BMI (gewicht/lengte) van de patiënt.

Verder is er in het proefschrift voor het eerst onderzoek gedaan naar chronische pijnklachten en gevoelsstoornissen na een minimaal invasieve bijnierverwijdering, die patiënten na de operatie rapporteerden. In totaal zijn 544 patiënten benaderd in het onderzoek, waarvan 328 patiënten de vragenlijsten hebben teruggestuurd. Bijna 15% van de patiënten gaf aan chronische pijn na de operatie te ervaren. Dit is pijn die minimaal drie maanden na een operatie nog steeds aanwezig is. De aanwezigheid van pijn ging gepaard met een significant verlaagde kwaliteit van leven. Er worden meer pijnklachten ervaren in de groep die via de buik geopereerd werd in vergelijking met de kijkoperatie via de rug. Patiënten rapporteerden ook gevoelsstoornissen, zoals een doof gevoel van de huid. Dit komt bij bijna 16% van de patiënten voor. Er was echter geen relatie tussen het hebben van gevoelsstoornissen en de kwaliteit van leven. Gevoelsstoornissen kwamen meer voor na de kijkoperatie via de rug. Gevoelsstoornissen ontstaan door beschadiging van een zenuw, maar na 18 maanden was er bij een groot deel van de patiënten sprake van spontaan herstel.

Tot slot is onderzoek gedaan naar bijnieroperaties bij kinderen in Nederland, die zeer zelden voorkomen. Om de zorg voor deze patiëntjes te kunnen verbeteren, moest eerst de Nederlandse situatie in kaart worden gebracht. Hiervoor zijn alle patiëntgegevens verzameld van de afgelopen 10 jaar, in samenwerking met vier andere academische ziekenhuizen en het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie (PMC). Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 18-20 bijnieroperaties uitgevoerd bij kinderen. De grootste groep betreft het kwaadaardige neuroblastoom. Aangezien de kinderoncologie in Nederland is gecentraliseerd in het PMC, vinden deze operaties vanaf november 2014 allemaal daar plaats. Voor de niet-kwaadaardige bijniertumoren bij kinderen is de zorg niet gecentraliseerd, waarbij de meeste chirurgen minder dan één bijnieroperatie bij een kind uitvoeren per jaar. Van Uitert adviseert om afspraken te maken over de centralisatie van bijnieroperaties bij kinderen met een goedaardige tumor naar een beperkt aantal centra, om voldoende specialistische ervaring op te kunnen doen. Niet alleen voor de operateur, maar ook voor het hele team hieromheen.

In de samenvatting stelt Allon van Uitert vast dat:

  • De voorkeursroute van een bijnieroperatie een kijkoperatie via de rug is, mits de keuze hiervoor aan de hand van de juiste patiëntkenmerken wordt gedaan en de operateur ervaring heeft met deze benadering.
  • Een gestructureerd en modulair opgebouwde scholing op Europees niveau voor de operateur en het hele bijnierteam zou kunnen helpen betere uitkomsten te realiseren voor de kijkoperatie via de rug.
  • De rekenhulp heeft bijgedragen aan het nemen van de juiste keuze voor de operatieve benadering voor patiënten van het Radboudumc en dat deze rekenhulp getoetst kan worden in andere centra.
  • Chronische pijn na de operatie iets vaker voorkomt na een kijkoperatie via de buik en dat gevoelsstoornissen iets vaker voorkomen na een kijkoperatie via de rug, waarbij de aanwezigheid van chronische pijn gepaard gaat met een lagere kwaliteit van leven.
  • Voor kinderen bijnieroperaties voor goedaardige tumoren in Nederland nog niet gecentraliseerd zijn.

Proefschrift

 


Allon van Uitert (1987) behaalde in 2012 zijn artsendiploma en voltooide in 2021 zijn opleiding tot uroloog. In 2019 begon hij aan zijn promotieonderzoek naar bijnierchirurgie. Sinds 2023 is hij werkzaam als kinderuroloog in het Amalia Kinderziekenhuis/Radboudumc en sinds 2021 lid van de EAU/ESPU- Paediatric Urology Guidelines Panel.